|
Martine Wilms (26) is adviseur ontruimingsplannen bij het regionaal brandweeropleidingcetrum en moet vrijwel dagelijks spreken in het openbaar. Zij gaat haar spreekangst te lijf.
Ik kom zelfverzekerd over, ben niet verlegen of bang uitgevallen. Mensen verwachten van mij dat ik het kan, spreken voor een groep. Ik zou het van me zelf ook verwachten. En toch verzette alles in me zich tegen het, houden van een verhaal. Toen ik nog bij de gemeente werkte als evenementen coördinator probeerde ik er altijd onderuit te komen; ik heb zelfs een keer aan de burgemeester gevraagd of hij het nodig vond dat ik hem voorstelde. Toen deed hij het zelf maar -ik schaam me nog als ik eraan denk. Als ik toch zelf moest spreken, oefende ik eindeloos op alle toonhoogtes voor de spiegel: 'Welkom, ik wil u voorstellen aan die en die.. Ik verzon noodscenario's; fantaseerde erover om me ziek te melden, lag nachtenlang wakker. Op de dag dat het ging gebeuren trilde ik, had ik zweethandjes, buikpijn. Aan dat gevoel doe je niets, echt plankenkoorts. Ik ben bang voor het daar staan, Het spreken. Bang dat ik stil kom te vallen. Bang dat mensen mij niet leuk vinden. Voor een groep staan, voelt alsof ik in mijn blootje over straat ga, Ik word er zo moe van. Als ik dit niet over win, waar stopt het dan? Ik geef me op voor een cursus 'spreken in het openbaar'. Van tevoren slaap ik drie nachten niet en kan ik nauwelijks eten, Bij de eerste cursusoefening moeten we ons voorstellen, M'n been trilt en ik denk dat iedereen het ziet. Tot mijn verbazing vindt de groep het goed gaan. De keer erna krijg ik een totale black-out. Ik moet spreken over een onderwerp waar ik alles van weet, maar kan niet meer bedenken wat ik wil vertellen. Er vallen stiltes, m'n stem trilt, ik zweet. Precies dat waar ik bang voor ben, gebeurt. Het wordt zo erg dat ik midden in mijn verhaal zeg: 'Sorry, ik kan niet meer'. Een paar dagen later moeten we één voor één spontaan opstaan om ons verhaal te doen. Ik heb me voorgenomen als eerste gaan, maar als een ander me voor is, raak ik in paniek. Ik zit vastgenageld aan m'n stoel, krijg niets mee van de andere presentaties. Tijdens de lunch beken ik aan cursusleider dat het echt niet gaat. Het is het ergste angstmoment dat ik ooit heb meegemaakt. Maar het blijkt ook het keerpunt. Na de lunch ga ik staan en flap ik m'n verhaal er zó uit. Mijn presentatie wordt video vastgelegd: ik zie een overtuigend iemand die weet waar ze het over heeft. Inmiddels heb ik een andere baan waarvoor ik vrijwel dagelijks in het openbaar moet spreken. Ik werk bij de brandweer, een mannenwereld waarin je goed moet weten waar je het over hebt. Als je onzeker overkomt, gaan ze je uitproberen. Spreken voor een groep gaat me nu prima af. Als ik een vergadering leid, krijg ik echt een kick. Heeft me dat ooit zoveel energie gekost? Tijdens het sollicitatiegesprek werd me gevraagd of ik kan spreken in het openbaar. Toen heb ik gezegd: «Ik vind het eng. Maar ik kan het wel.»
Spreekangst: de diepere laag Maar liefst 95 procent van alle sprekers in openbaar heeft last van spreekangst, zo blijkt uit Duits onderzoek. Volgens Amerikaans onderzoek staat deze angst op één in de angsten top vijf', boven de angst voor ziekte en dood. Vooral vrouwen denken dat ze de enige zijn zich zenuwachtig maken voor een presentatie terwijl het een natuurlijk verschijnsel is. Het groepsinstinct zorgt ervoor dat we ons veilig voelen binnen groepen. Als je opstaat om verhaal te houden, maak je je los van de groep en een oude respons is dan: vechten of vluchten. Vluchten (bijvoorbeeld je ziek melden) brengt tijdelijk verlichting, maar vergroot volgens deskundigen uiteindelijk de angst. De enige structurele oplossing is de angst te lijf gaan, bijvoorbeeld door het volgen van speciale cursus.
|